Wisselwerkingen

Wisselwerkingen met geneesmiddelen (medicijn-interakties)
Een vaker voorkomend probleem bij het combineren van verschillende geneesmiddelen is het optreden van wisselwerkingen. Bepaalde combinaties van geneesmiddelen kunnen de oorzaak zijn van problemen. Een geneesmiddel wordt bijvoorbeeld minder goed opgenomen in het lichaam, of verzwakt resp. versterkt de werking van een ander geneesmiddel. Dit kan resulteren in bijwerkingen of een verminderd effect. Niet alleen geneesmiddelen onderling, maar ook voedsel kan een ongewenste wisselwerking met geneesmiddelen tot gevolg hebben. Zo is uit onderzoek gebleken dat grapefruitsap de opname van bepaalde geneesmiddelen verhoogd. Dit kan ongewenste bijwerkingen van het geneesmiddel tot gevolg hebben, die anders niet op zouden treden. Een ander woord voor wisselwerking is "interaktie".

De meeste interakties komen voor bij het gebruik van chronische medicatie. De patiënt is ingesteld op zijn geneesmiddel(en), en krijgt een extra geneesmiddel voorgeschreven, waardoor de medicatie "uit balans" raakt. Zeker wanneer er sprake is van meerdere behandelende/voorschrijvende artsen, en/of veel zelfmedicatie wordt gebruikt is de kans op ongewenste wisselwerkingen groot.

Interakties tussen geneesmiddelen.
Grofweg zijn er 3 soorten interakties:

  1. Geneesmiddelen beïnvloeden elkaars werking, door een tegengesteld, of juist versterkend effect. Een aantal voorbeelden:
    • Acetylsalicylzuur (Aspirine®) heeft een bloedverdunnend effect. Combinatie met andere bloedverdunners kan daardoor tot bloedingen leiden. Soms is een combinatie juist gewenst, waarbij de patiënt op de combinatie moet worden "ingesteld". Acetylsalicylzuur als pijnstiller moet dus worden vervangen door b.v. paracetamol.
    • Sommige middelen tegen benauwdheid bij astma (b.v. inhalatiesprays) kunnen niet gecombineerd worden met bepaalde bloeddrukverlagers (zgn. beta-blokkers), vanwege een tegengestelde werking. De inhalatiespray werkt dan onvoldoende.
    • Slaapmiddelen versterken elkaars werking. D.w.z. het gecombineerde effect is sterker dan de afzonderlijke werkingen bij elkaar opgeteld. Dit "potentiërende" effect is vaak onvoorspelbaar.
  2. Geneesmiddelen beïnvloeden elkaars werking, doordat ze de opname in het lichaam vertragen of juist versnellen. Een aantal voorbeelden:
    • Het gebruik van laxeermiddelen kan de opname van andere geneesmiddelen verlagen, omdat deze het lichaam te snel verlaten.
    • Middelen tegen maagzuur (maagzuurbinders) kunnen ook aan bepaalde geneesmiddelen binden, waardoor deze slecht worden opgenomen. Denk daarbij bijvoorbeeld de combinatie met ijzerpreparaten, die sowieso moeilijk opgenomen worden. Niet gelijktijdig innemen dus, maar met een interval van enkele uren.
    • Antibiotica kunnen de darmflora verstoren. Een hartmiddel als digoxine wordt deels door darmbacteriën afgebroken. Door het gebruik van antibiotica kan de digoxine-opname uit de darm dus verhoogd worden, wat al snel tot bijwerkingen kan leiden.
  3. Geneesmiddelen beïnvloeden elkaars werking, doordat ze de opslag in weefsels (b.v. vetweefsel) van elkaar beïnvloeden. Het ene geneesmiddel verdringt het andere uit b.v. vetweefsel, waardoor de concentratie in het bloed toeneemt. Ook het versnellen of vertragen van het verwijderen van het geneesmiddel uit het lichaam (via lever of nier) valt onder dit type interaktie. Een aantal voorbeelden:
    • Het anti-maagzuurmiddel cimetidine vertraagd de werking van de lever. De afbraak van andere geneesmiddelen wordt dus vertraagd, wat een hogere concentratie van deze middelen in het bloed tot gevolg heeft, waardoor overdosering kan optreden.
    • Itraconazol, een anti-schimmel preparaat, verdringt digoxine (een hartmiddel), uit lichaamsweefsels, waardoor de digoxine-concentratie in het bloed stijgt, en een overdosering van digoxine kan ontstaan.

Interakties tussen geneesmiddelen en voedsel.
De opname van geneesmiddelen wordt in veel gevallen beïnvloed door voedsel. In het algemeen vertraagt voedsel de opname. Op grond hiervan zouden geneesmiddelen dus het liefst op een lege maag ingenomen moeten worden. Veel geneesmiddelen veroorzaken echter maagklachten. Het is dan toch beter het geneesmiddel tijdens of vlak na het eten in te nemen. De snelheid van de opname is dan weliswaar trager, maar dit in veel gevallen niet zo van belang, zeker bij langdurig gebruik van geneesmiddelen, waarbij het gaat om een gelijkmatige concentratie in het bloed. Een aantal voorbeelden:

  • Sommige middelen mogen niet met melk worden ingenomen. De calcium in de melk bindt met het geneesmiddel, waardoor een verbinding ontstaat die niet meer kan worden opgenomen. Dit is het geval bij b.v. ijzerpreparaten en tetracycline (een antibioticum). Hetzelfde verhaal gaat op voor anti-maagzuurmiddelen zoals b.v. Regla pH®.
  • Grapefruitsap verhoogt de opname van een aantal geneesmiddelen uit de darm. Innemen van deze middelen met grapefruitsap kan dus leiden tot overdosering.
  • Een kleine groep geneesmiddelen moet zelfs met (vethoudend)eten worden ingenomen om voldoende te worden opgenomen. Dit staat dan duidelijk in de bijsluiter vermeld.
  • Alcohol heeft een aantal belangrijke effecten c.q. wisselwerkingen met geneesmiddelen.
    • De versuffende werking wordt versterkt door slaapmiddelen (en omgekeerd). In principe hebben alle middelen die een "gele sticker" hebben een interaktie met alcohol, nl. versterking van het versuffende effect.
    • De door alcohol optredende maagirritatie verergert de bijwerkingen van geneesmiddelen op het maagslijmvlies. Berucht zijn maag-onvriendelijke middelen zoals de anti-rheumatische pijnstillers (b.v. ibuprofen, acetylsalicylzuur, naproxen en diclofenac).

Wat te doen bij interakties ?
Interakties kunnen heel gecompliceerd zijn. De voorschrijvend arts en de apotheker overleggen dan ook de beste strategie. Soms moet voor andere geneesmiddelen gekozen worden, soms is een gescheiden inname-advies (b.v. met 2 uur tussenpoos) al voldoende. Interakties zijn met name bij chronische medicatie van belang. In veel geval is een patiënt op een gegeven moment ingesteld op een bepaalde combinatie van geneesmiddelen. Het zomaar staken of wijzigen van een geneesmiddel kan dan onvoorziene gevolgen hebben. Bij het langdurig gebruik van verschillende medicijnen (polyfarmacie) wordt geadviseerd regelmatig het geneesmiddelengebruik kritisch door te lichten. Vooral bij ouderen die veel medicatie gebruiken, kan het doorlichten en eventueel "bezemen" van de medicatie door arts en apotheker erg zinvol zijn.

 
Uw mandje bevat 0 artikelen



Klik op de letter en zoek op naam van het medicijn
Medicijnen die niet bij elkaar passen
Meer over bijwerkingen
Uitleg over preferentiebeleid, contraindicatie, medicijnprijzen etc.
Adviezen over zelfmedicatie
Verlaag uw eigen risico met onze bonusregeling
Informatie over het preferentiebeleid van zorgverzekeraars
Bonuspunten
vanaf €35,-5%
vanaf €75,-10%
Het aantal punten wordt berekend als percentage van het totaalbedrag exclusief de verzendkosten.

1 bonuspunt komt overeen met 10 eurocent, te besteden bij uw volgende bestelling.